Oplossingen

       

OPLOSSINGEN KRUISWOORDRAADSEL:

1   n e d e r z e t t i n g  
2   k e e r k r i n g        
3      h a a i e n t a n d e n
4   o n g e l i k t          
5   a  u t o r i t e i t        
6      a d e m b e n e m e n d
7    s o l i d a r i t e i t    
8    a d r e n a l i n e      
9 k a b e l j a w          
10   a g i t a t o r          
11    a s t e r i s k          
12      a r r o g a n t        
13    e m a n c i p a t i e    
14    s e r p e n t i n e      
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14

OPLOSSINGEN RAADSELS:

raadseL 1: WEEGSCHAAL

OPLOSSING: plaats 3 ballen aan de ene kant van de weegschaal en drie ballen aan de andere kant van de weegschaal. Nu zijn er twee mogelijkheden: 
a) de weegschaal blijft in evenwicht. Dus de zware bal zit tussen de ballen die je nog niet hebt gewogen. Je neemt deze 3 overige ballen waarvan je er twee op de weegschaal legt en de derde niet. Er zijn terug twee opties: * de weegschaal is in evenwicht. Dus de derde bal is de zwaardere bal of * de weegschaal is niet in evenwicht. Dus de zwaarste bal ligt in de schaal die het meest beneden helt.               
b) de weegschaal is niet in evenwicht. Dus je neemt de drie ballen uit de schaal dewelke het meest naar beneden helt (want hier zit automatisch de zwaarste bal tussen).  Neem déze 3 ballen uit de weegschaal. Leg er twee op de weegschaal en hou de derde apart. Er zijn terug twee opties: * de weegschaal is in evenwicht. Dus de derde bal is de zwaardere bal of * de weegschaal is niet in evenwicht. Dus de zwaarste bal ligt in de schaal die het meest beneden helt.

raadsel 2: LOCOMOTIEF

OPLOSSING: L duwt A bij C. L haalt B op en plaatst het op het dood spoor. L rijdt door de tunnel en duwt C en A naar het dood spoor. L neemt C terug mee en plaatst hem onderaan (waar vroeger B stond). L rijdt achteruit, koppelt A aan en zet A bij C. L haalt B op en zet hem bij A en C onderaan. L koppelt de 3 wagons aan en rijdt achterwaarts. L zet wagon C op het dood spoor en neemt A en B terug mee en zet ze bovenaan.

L rijdt achterwaarts door de tunnel en haalt C op van het dood spoor en plaatst C onderaan. L rijdt achterwaarts, koppelt A aan en rijdt naar de beginpositie.

raadsel 3: DE KORTSTE WEG

OPLOSSING: een spin kan een web maken en spant een draad diagonaal door de kamer van S naar V. De formule hiervoor is: a²=b²+c². 

a) we berekenen eerst de diagonaal (a) van S naar onderkant V: a²=6²+5²  => a²=61  =>  a=7,81meter. Nu de diagonaal bekent is berekenen we de afstands van S naar V (=x)

b) tweede berekening: x²=y²+z²  =>  x² = 7,81²+3²  =>  x=8,366 meter

raadsel 4: KRUISENDE LADDERS

OPLOSSING: H= hoogte van grond tot kruispunt. We hebben twee gelijkvormige driehoeken dus H/4 = 9/H. Bijgevolg is H=6meter. Dus het laagste gebouw is 10meter (6meter+4meter) en het hoogste gebouw is 15meter (6meter+9meter).

Zoals u ziet op onderstaande tekening kan de breedte van het steegje elke breedte aannemen. Groen zijn de gebouwen. In het eerste geval (blauw) kruisen de ladders elkaar op 6 meter boven de grond en is de breedte van het steegje x. In het tweede geval (rood) kruisen de ladders elkaar ook op 6 meter boven de grond maar is de breedte van het steegje y. Zo zijn er oneindig veel mogelijkheden.

 
raadsel 5: VIJF HOEDEN  
OPLOSSING: witte hoed

raadsel 6: NAAR HET STATION

OPLOSSING: vrouw spaart 10 minuten (5minuten heen en 5 minuten weer). Ze ontmoet haar man dus om 16u55. De trein arriveert om 16u30. Dus Lucas was reeds 25 minuten aan het lopen.

raadsel 7: DE OUDE FIETS

OPLOSSING: x=de afstand waar de fiets achtergelaten 
                   (16-x)= resterende afstand
                   T=totale tijd  *  de totale tijd is gelijk voor zowal Theo als Ali
de tijd per stuk is de afstand gedeeld door de snelheid
                   T = theofiets + theovoet = alivoet + alifiets
                   T = x/12 + (16-x)/4 = x/5 + (16-x)/10
x=9 km (na 9 km wordt de fiets aan de kant gezet)
                   Theo fiets 9km tegen 12km/uur => hij fiets 45 minuten
                   Theo loopt 7km (16km-9km) tegen 4km/uur => hij loopt 105 minuten
                   Ali loopt 9km tegen 5km/uur => hij loopt 108 minuten
                   Ali fiets 7km (16km-9km) tegen 10km/uur => hij fiets 42 minuten
T = 2,5 uur (de totale duur is 150 minuten of 2,5 uur)
theofiets + alifiets is de totale tijd dat er gereden wordt = 9/12 + (16-9)/10 => 1,45 uur
                  Theo fiets 45 minuten + Ali fiets 42 minuten = 87 minuten fietsen
de fiets heeft dus 150minuten - 87minuten = 63 minuten alleen gestaan

raadsel 8: DE VALSE WEEGSCHAAL

OPLOSSING: arm1=A , arm2=B , suiker=S
450A = BxS  =>  A/B = S/450
AxS = 512B  => A/B = 512/S
Dus S/450 = 512/S  => S² = 512x450  => S = 480 gram

raadsel 9: DE LONTEN

OPLOSSING: lont A aan beide kanten aansteken. Lont B aan 1 zijde aansteken. Na 30 minuten is lont A opgebrand. Nu lont B aan de andere zijde aansteken. Na 15 minuten is de lont opgebrand.

raadsel 10: KNIKKERS EN ZAKKEN

OPLOSSING: uit zak1 neemt u 1 knikker, uit zak2 neemt u 2 knikkers, uit zak3 neemt u 3 knikkers, ... uit zak10 neemt u 10 knikkers.
In totaal hebt u dus 55 knikkers genomen van 30 gram = 1650 gram.
U weegt nu de knikkers. Het bekomen gewicht - 1650gram = X
bijvoorbeeld: u weegt 1656 gram en hebt dus 6 gram teveel (32gram ipv 30gram is 2gram 
overgewicht). Dus 3 knikkers die 2gram teveel wegen duidt op zak3.

raadsel 11: SPOORLIJN

OPLOSSING: Stel de linkse trein is wit en de rechtste trein is zwart
Wit rijdt met 8 wagons op het zijspoor en laat 2 wagons staan. Zwart rijdt naar links en laat 2 wagons staan. Wit verlaat het zijspoor en rijdt tot de twee zwarte wagons. Zwart rijdt achterwaarts met de 8 wagons op het zijspoor. Wit rijdt terug links om zijn 2 resterende wagons op te halen. Wit rijdt rechts en koppelt 2 zwarte wagons aan. Zwart rijdt van het zijspoor richting links. Wit duwt de 2 zwarte wagons op het zijspoor en vervolgt zijn weg naar rechts. De zwarte trein koppelt achterwaarts zijn 2 resterende wagons aan en vervolgt zijn weg naar links.

raadsel 12: STORM

OPLOSSING: 
We stellen dat  A= stuk mast dat nog rechtstaat
                       C = gevallen stuk mast
                       B = afstand tussen het huis en de plaats waar de afgebroken antenne de
                             grond raakt
Zo kunnen we via de 'Stelling van Pythagoras de grootste driehoek bereken:
                      (10+A)² + (10+B)² = C²
Daar het twee gelijkvormige driekhoeken zijn, kunnen we stellen dat (B+10) / (A+10) = B /10
                      Uit deze vergelijking volgt dat B=100/A
                      A+C = 100  => C = 100-A
Zo wordt de stelling van (10+A)²+(10+B)²=C²   
                      => (10+A)²+(10+100/A)²=(100-A)²
                      => 100+20A+A²+100+2000/A+10000/A²= 10000-200A+A²
                      => -9800+220A+200/A+1000/A²=0
                      => -9800A²+220A³+2000A+10000=0
=> bij het oplossen van deze derdegraadvergelijking bekomen we voor A verschillende
waarden met name A= 1,1333   of  A=-0.9050  of  A=44,3171
=> om de hoogte boven de grond te kennen, volstaat het om de hoogte van het huis (10 
meter) bij deze waarden op te tellen
                      => 1e hoogte: 1,1333+10 = 11,1333 (antenne ligt bijna plat; er is slechts een goede meter blijven rechtstaan)
                      => 2e hoogte: 44,3171+10= 54,3171
                      => 3e hoogte: -0,9050+10= 9,095 (onmogelijk omdat de mast dan onder het dak zou afbreken en de voet van de mast staat al 10meter boven de grond).                           

Raadsel 13: GELDSTUKKEN

Hoeveel schuifbeurten heeft men nodig om figuur 6 te bekomen?

OPLOSSING: met heeft 4 schuifbeurten nodig

Hoeveel millimeter is figuur 6 verschoven tov figuur 5?

OPLOSSING: figuur 6 is 147 mm verschoven tov figuur 5

raadsel 14: LECTUUR

OPLOSSING: de Duitser is de lezer van het tijdschrift Bizz.
Noor - geel - water - Skoda - Vogue
Deen - blauw - thee - Porsche - Knack
Engelsman - rood - melk - RollsRoyce - Voetbalmagazine
Duitser - groen - koffie - Cadillac - Bizz
Zweed - wit - bier - Honda - Playboy

raadsel 15: KLUISNUMMER

OPLOSSING: 8 6 2 7 4 5 9 4 3 1

raadsel 16: POT VOL DOLLARS

OPLOSSING: Bill: 18 - Joe: 36 - John: 6 - Ted: 9 - Jack: 18 - pot: 3 = 90 dollar
 

raadsel 17: ZEGSWIJZEN

Welke zegswijzen worden cryptisch omschreven?
1. Op zijn gestorven rust = op zijn dooie gemak
2. Groet binnen groet buiten = dag in dag uit
3. De tuin repareren = het hof maken
4. Heldere drank geven = klare wijn schenken
5. Lucht en grond verroeren = hemel en aarde bewegen
6. Een prik onder vloeistof = een steek onder water
7. Een vorm meppen = een figuur slaan
8. Zijn kijkers te eten geven = zijn ogen de kost geven
9. Er zit geen Brit in de winkel = er zit geen schot in de zaak
10. Niet lang genoeg vuren = tekortschieten
11. Dat proeft naar vijver = dat smaakt naar meer
12. Het dier aan de waslijn hangen = de beest uithangen

raadsel 18: PEUKJES

OPLOSSING: 7 want hij rolt eerst zes sigaretten en rookt ze op. Daarna heeft hij terug zes peukjes om een zevende sigaret te rollen

raadsel 19: CIJFERS

3
3 3 3
3
Hoe schrijf je vijf met vijf drieën?
OPLOSSING: 3/3 + 3/3 + 3 = 5
4 4
4 4 4
4 4
Hoe schrijf je honderd met behulp van zeven vieren?
OPLOSSING: 44 + 44 + 4 + 4 + 4 = 100 of ((4x4)+4+4+(4/4))x4 = 100

raadsel 20: MEDEKLINKERS GEVRAAGD

Welk spreekwoord kun je hier lezen?
  .IE    .IE.    .O.E.    .I.    .OE.    .OE.E. = wie niet horen wil moet voelen

raadsel 21: WOLF, GEIT EN KOOL

OPLOSSING: Hij vaart eerst de geit over (wolf en kool blijven achter). Hij vaart alleen terug en vaart de kool over (wolf blijft achter). Hij neemt de geit mee terug en vaart de wolf over (geit blijft achter). Hij vaart alleen terug en vaart weer de geit over. Zo is iedereen heelhuids aan de overkant!

raadsel 22: RACE TEGEN DE KLOK

OPLOSSING: Nee. 30km per uur wil zeggen dat hij 4 minuten nodig heeft om 2km af te leggen. Nu legt hij 1km af tegen 15km per uur dus dwz dat hij 4 minuten nodig had om die 1km af te leggen. Bijgevolg is er geen tijd meer over.

raadsel 23: DE SLAK

OPLOSSING: Loompje stijgt iedere dag 10 meter (15meter -5 meter) en Luitje stijgt iedere dag 8 meter (24 meter - 16 meter. Dus Loompje is het eerst. 180 meter:10 meter = 18 dagen. Maar van zodra hij de rand bereikt heeft zakt Loompje niet meer. Dus na 17 dagen zijn er 170 meter afgelegd. Voor de 10 overige meters heeft Loompje 16 uur nodig ->17 dagen en 16 uur.

raadsel 24: DRIE DAMES

OPLOSSING: Diegene die in het wit gekleed is, is Mevrouw De Zwarte of De Grijze. Aangezien Mevrouw De Grijze spreekt tegen het witte mantelpakje is diegene in het wit Mevrouw De Zwarte. Grijs kan alleen gedragen worden door Mevrouw de Zwarte of De Grijze. Aangezien Mevrouw De Zwart wit draagt, is Mevrouw De Witte gekleed in het grijs en Mevrouw De Grijze in het zwart.

raadsel 25: PUT

Hoeveel aarde bevindt zich in een net gedolven gat dat 22cm diep is, 18cm breed en 41cm lang?
OPLOSSING: In een leeg gat bevindt zich geen aarde.

raadsel 26: HANDSCHOENEN

OPLOSSING: Minstens dertig handschoenen. In het ongunstigste geval haalt ze eerst alle vierentwintig zwarte handschoenen uit de la en vervolgens vijf verschillende rode. Dan zou de dertigste handschoen het eerste paar rode handschoenen vormen.

raadsel 27: WOORDSLINGER

 K O O R T S M E E T S Y S T E E M S T R O O K
Wat is er speciaal aan bovenstaand woord?
OPLOSSING: kan van voor naar achter gelezen worden.

raadsel 28: HONDENFOKKER

OPLOSSING: Met de hond van de buurman komt het totaal op 40 honden. De oudste krijgt er 20, de tweede 10, de derde 5 en de jongste 4. De hond die overblijft is van de buurman.

raadsel 30: GEVANGENIS

OPLOSSING: De gevangene kiest een papier en eet het vlug op.  Dan zegt hij: 'Laat eens zien wat er op het andere papiertje staat? Als daar "kerker" op staat, dan moet ik "vrijheid" hebben gekozen en moet u me vrijlaten.'

raadsel 30: DAGEN

Geef 5 achtereenvolgende dagen waarin de 'A' niet voorkomt.
OPLOSSING: eergisteren, gisteren, heden, morgen, overmorgen

raadsel 31: WAT BEN IK

OPLOSSING a): een doodskist
 
OPLOSSING b): een raadsel

raadsel 32: HARDE WERKERS

OPLOSSING: In 60 minuten doen ze samen 137x het hele karwei. Dus hebben ze voor het karwei 60/137 van een minuut nodig. Dus 0,44 minuten

raadsel 33: LICHTGEWICHT

OPLOSSING: een ijsberg

raadsel 34: OPGEGETEN LETTERS

OPLOSSING: Zoals de ouden zongen zo piepen de jongen

raadsel 35: DRIELETTERWOORD

Welk is het ontbrekende drieletterwoord (voor 5 woorden hetzelfde)?
T I A R A
G A R A G E
F A R A O
P A R A A T
B A R A K

raadsel 36: RA, RA

Wat is het muzikaalste dier?
OPLOSSING: Koe; heeft twee horens + een doedelzak + vier fluitjes. Bovendien draait ze ook nog grammofoonplaten.
Wat is de favoriete drank van een poes?
OPLOSSING: alcohol, want daar krijgt ze een kater van.
Wat heb je ooit gekregen, is nog altijd in je bezit, heb je nog nooit uitgeleend en wordt toch gebruikt door iedereen die je kent?
OPLOSSING: je naam.

raadsel 37: KABOUTERS

Hoe komen alle 4 kabouters aan de andere kant van de tunnel?
OPLOSSING: de 2 snelste kabouters vertrekken eerst en doen er 10 minuten over. De snelste kabouter keert terug (dus in totaal reeds 15minuten). De twee traagste kabouters gaan door de tunnel en doen er 25minuten over (dus in totaal reeds 40minuten). Dus er zijn reeds 3 kabouters aan de overzijde. De snelste van deze drie keert terug en doet er 10minuten over (dus in totaal reeds 50minuten). Nu kunnen de twee laatste kabouters door de tunnel gaan in 10 minuten. Bijgevolg zijn er in totaal 60minuten voorbijgegaan.

raadsel 38: KNIKKERS

Welke is de afwijkende knikker?
OPLOSSING: verdeel de knikkers in 3 groepjes van 4. Dus in groep A zit knikker A1-A2-A3 en A4. In groepB zit knikker B1-B2-B3 en B4. In groep C zit knikker C1-C2-C3 en C4
1e WEGING: groep A tegenover groep B.
Balans blijft gelijk: de afwijkende knikker zit in groep C.
Je weegt C1 en C2 tegen twee knikkers uit groep A. Indien de balans gelijk blijft, is de afwijkende knikker C3 of C4
je weegt C3 tegenover A1. Indien de balans gelijk blijft, is het C4 zoniet is het C3
Indien de balans verschilt, is het C1 of C2.
je weegt C1 tegenover A1. Indien de balans gelijkt blijft, is het C2 zoniet is het C1
Balans verschilt: de afwijkende knikker zit in groep A of B. Dus bijvoorbeeld balans A staat boven balans B dwz dat indien de afwijkende knikker in balans A zit, is deze lichter dan de andere en indien de afwijkende knikker in balans B zit, is deze zwaarder dan de andere
weeg A1-A2-B1  tegenover A3-A4-B2.
 Indien de balans gelijk blijft, is de afwijkende knikker B3 of B4. B3 tegenover B4 afwegen. De zwaarste is de afwijkende aangezien groepB zwaarder was dan groepA.
Indien de balans verschilt,  is de afwijkende knikker een van deze 6 knikkers. Stel A1-A2-B1 is lichter dan A3-A4-B2. Dus A3-A4 vallen af want indien het een A knikker zou zijn, zou deze lichter moeten wegen. Dus B1 valt ook af want indien het een B knikker zou zijn, zou deze zwaarder moeten wegen.
Weeg bijgevolg A1 tegenover A2. Indien de balans gelijk blijft is het B2. Indien de balans verschilt is de lichtste de dader.

raadsel 39: SPELEN MET CIJFERS

OPLOSSING: 6 : ( 1 - 5 : 7 ) = 21

raadsel 40: MARSMANNETJES

OPLOSSING: Het raadsel is onmogelijk op te lossen als je niet exact weet waat het eerste mannetje geantwoord heeft... Stel het 1e mannetje heeft rode voeten, wat overeenkomt met een leugenaar, dan zal hij geroepen hebben dat hij groene voetjes heeft. Indien het mannetje groene voeten heeft, en dus altijd de waarheid zegt, dan zal hij ook geroepen hebben dat hij groene voeten heeft. Het mannetje dat dus achteraf zegt dat het eerste mannetje groen geroepen
heeft spreekt dus zeker de waarheid.

 

raadsel 41: VOLGENDE CIJFER

OPLOSSING: 312211.
er staat één 1, dit staat op de tweede rij met name 11
wat staat er op de tweede rij? twee 1tjes dus 21
op de derde rij staat? één 2 en één 1 dus 1211
op de vierde rij staat? één 1 en één 2 en twee 1 dus 111221
dus het onbrekende getal is drie 1 en twee 2 en één 2 dus 312211